Menu

Weet je (nog)!!

Als organisatiecomité merken wij dat nu de reünie dichterbij komt er allerlei herinneringen en anekdotes bovenkomen en dat het leuk is die te delen, evenals verhalen over “hoe het verder ging”. Op deze pagina hebben we een aantal inzendingen gezet. Aarzel niet ook iets te plaatsen!

Stuur  je bijdrage aan Jetteke Gieles-Colenbrander, phgieles@telfort.nl, die zich het recht voorbehoudt om voor plaatsing kleine aanpassingen te maken, maar dat altijd in overleg zal doen.

Graag aanleveren als tekstbestand (Word), als er foto’s bij zijn die graag los als jpeg of png bestand.

Dolphi Andrée Wiltens, docent kunstgeschiedenis 1956-1958:

Het Incrementum was gevestigd in een grote villa. Er waren toen ongeveer 50 leerlingen en bijna evenveel docenten . . .
We gingen vaak op excursie, zoals een keer naar het Rijksmuseum met een groepje leerlingen, mede begeleid door een agent in burger.
Op de terugweg naar het station moest die ineens op zoek toen bleek dat we Margriet, toen Pietie van Oranje geheten (afgekort P.V.O.) kwijt waren.
Zij had zich samen met een vriendinnetje in de Bijenkorf verschanst. Uiteraard voor tieners een spannender plek dan een museum. Het liep goed af, maar onze rectrix, Sophie Ramondt,
was not amused . . .

Foekelien Bok (Foekje):

In 1962, of daaromtrent, viel juffrouw van der Leek in voor juffrouw Hillebrand (Engels). Het gym en de MMS hadden samen lezen, weet niet meer wat. Juffrouw van der Leek kon niet zo goede orde houden . . . We hadden met de hele klas afgesproken dat we propjes naar haar zouden gooien als ze binnenkwam. Normaliter was ik het liefste meisje van de klas, maar nu: met de hele klas durfde ik wel. Op het ‘moment suprême’ was ik de enige die gooide en werd eruit gestuurd! Melden bij juffrouw Ramondt! Een donderpreek volgde en strafwerk. Vreselijk! Ik was zo verontwaardigd.

Mijn moeder is nog met juffrouw Ramondt gaan praten.

Dit heeft diepe indruk op me gemaakt.

Juliane Manting, echtgenote van gymnastiekdocent Jaap Manting:

Winter 1956, het vriest dat het kraakt. Jaap Manting gaat met zo’n 300 leerlingen van het Baarnsch Lyceum een dagje schaatsen op Loosdrecht. Het Incrementum is ook mee maar voelt zich wat verloren in de menigte. De volgende dag vraagt iemand of zij niet een eigen schaatswedstrijd kunnen hebben, op de vijver achter paleis Soestdijk. Zo gezegd zo gedaan. Voordat alle kinderen er zijn schaatst koningin Juliana op de vijver met achter haar aan Hendrik de tuinman met een volle gieter. Overal zijn flinke scheuren omdat het tot 25 graden gevroren heeft. De koningin roept waar hij water in de scheuren moet gieten, die vriezen direct dicht, zo koud is het! De traditionele warme chocolademelk wordt tussentijds uit koperen appelketels geschonken om iedereen wat op te warmen.

1960. Schoolkamp op het Loo. Heerlijk fietsen over het grote landgoed, het geeft je het gevoel, dat je alleen bent in Nederland. Ook zwemmen in de prachtige natuurvijver, met een beeldschoon paviljoen om te verpozen of je te verkleden. Op een avond worden wij uitgenodigd door de jachtopziener om vanaf een hoogzit naar de wilde zwijnen te gaan kijken. Ik zou niet mee kunnen want er moet op onze dochter Christiane gepast worden, zij is anderhalf jaar. Prinses Margriet hoort dit en biedt spontaan aan op te passen. Dat is fijn want ik heb nog nooit op een hoogzit gezeten om wild te observeren. Margriet vindt het ook fijn want zij past immers nooit op jonge kinderen. Zij heeft gezellig voorgelezen en wat slaapliedjes gezongen en Christiane viel tevreden in slaap. Papa Jaap was trots dat een prinses op zijn dochter had gepast.

Bas Reitsma (1963-1965):

In tegenstelling tot de tweede klas – op een leeftijd dat behoudendheid nog zekerheid geeft – is juffrouw Rochat niet wars van modieuze statements. Ze draagt bonte kousen. De klas de wind uit de zeilen nemend komt zij huppelend het lokaal binnen, met een kinderstem herhalend: “ze heeft gekke kousen aan, ze heeft gekke kousen aan”. Zo doe je dat!

Jetteke Colenbrander, docent geschiedenis 1959-1965:

De les gaat over de belegering van Maagdenburg in de dertigjarige oorlog. De kaart hangt voor het bord. Vraag aan leerling: Weet jij waar Maagdenburg ligt? Leerling: Maagdenburg? Dat is toch hier?

Interview door Foekelien Bok met Vonne van der Meer:

Vonne komt in 1965 op het Incrementum. Ze woont in Laren en is vanaf haar 5e bevriend met Liesbeth. De moeder van Liesbeth kiest voor het Incrementum. Liesbeth wil alleen op voorwaarde dat Vonne meegaat. De ouders van Vonne stemmen ermee in. Er wordt haar gevraagd wat ze ervan vindt, maar ze gaan er niet kijken. Zo ging dat vroeger. Dat er Dalton onderwijs gegeven wordt, lijkt haar aantrekkelijk.

Vonne herinnert zich een mooi huis met krakende parketvloeren en oudere docenten die beschaafd zijn en aardig. De leerlingen eten, zittend op het gras, hun brood en worden als een wel heel bijzondere diersoort bekeken door de leerlingen van het Lyceum. Dat vindt ze minder. Ze voelt zich niet echt thuis, te beschermd en uitverkoren. Ze houdt meer van onder de mensen zijn met  schaatsen, zwemmen en op het strand.

Op het gym, in de 2e, ondergaat ze een zware operatie. Daarna wordt het fietsen haar te veel. Ze verhuist naar de MMS in Laren.

Wat ze zich nog als heel leuk herinnert is de opvoering van De vos Reynaerde. Bij de auditie wordt ze afgewezen en Liesbeth mag door. De moeder van Liesbeth belt dat het haar dochter niet zo interesseert, maar dat Vonne goed is. Op de lagere school zat ze als semi-prof al in de junior hoorspelgroep van de VARA.  Voilà, ze mag erbij en wordt de Duivel, met een wijde blauwe mantel en hoorntjes op.   

Ze herinnert zich ook mevrouw Jongh, die, met kromme rug en een van pijn vertrokken gezicht, les geeft.

Nog iets dierbaars: het schoolkamp met een enge nachtwandeling, hand in hand met een jongen……

Vonne voelde zich veilig op het Incrementum. Te veilig?

Nora Erdbrink:

Begin jaren ’60. Als zusje “van” kwam ik al heel jong wel eens op het Incrementum. Mijn broer en ik scheelden ruim 5 jaar in leeftijd.
Ik vond het altijd heel spannend, iedereen was even aardig tegen mij, ik keek dan ook al vroeg uit naar het moment dat ik groot genoeg zou zijn om ook deel te mogen nemen aan dit schoolgebeuren.
Wat diepe indruk op mij heeft gemaakt, was het verhaal dat één van de docenten, mevrouw Proost, soms moest rusten. Zij was aardig op leeftijd. Speciaal voor haar was er een plank geconstrueerd die over het bad in de voormalige badkamer van de villa was gelegd met een matras erop!
Als kind riep dat allerlei beelden bij mij op!

Jeroen van der Hage, docent natuurkunde 1963-1968:

Natuurkunde is een prachtig vak. Maar niet iedereen kan zich in deze stelling vinden. De meeste MMS meisjes vinden het zelfs saai en oervervelend.
Ik had de ondankbare taak natuurkunde te doceren aan de MMS van het Incrementum van het Baarnsch Lyceum. Les geven is een wisselwerking: als de leerlingen het niet interessant vinden dan wordt de docent minder enthousiast en de les verschraalt. Gelukkig mocht ik ook les geven aan de HBS klassen en aan het gymnasium waar de sfeer heel anders was, mede omdat natuurkunde daar als examenvak gold. Niettemin betrad ik een MMS lokaal nooit met tegenzin, daar heerste een soort gezelligheid die elders ontbrak.
Op een mooie zomermorgen besprak ik de wet van Ohm voor MMS IV toen een wesp in het lokaal verscheen. Hinderlijk zoemend leek het wel of hij elk meisje een apart bezoek wilde brengen maar de meisjes waren daar natuurlijk niet van gediend. In een oogwenk veranderde de sfeer in de klas van loom naar onrustig. Er klonken gilletjes. Er werd in de lucht gemept naar het ongelukkige dier. Geen der meisjes zat nog op haar plaats, het liep uit de hand. Eén meisje sprong op tafel al roepende dat de wesp onder haar rok zat. Ik overwoog het lokaal te ontvluchten toen de deur openging en mevrouw Jongh (de rectrix) verscheen, aangetrokken door het rumoer dat tot op de zolder van de villa te horen was.
Haar verschijning was vergelijkbaar met die van Mozes bij het gouden kalf, het lawaai verstomde. Een paar boze woorden volstonden om de MMS sfeer weer op te roepen. Om mezelf een houding te geven opende ik een raam en liet de wesp uit die voor zoveel konsternatie gezorgd had.

Marieke Bok:

1964. Toen wij, na een bezoek van Beatrix, als school besloten geld te genereren voor Dousadj, een Perzisch dorp waar een verwoestende aardbeving was geweest, mocht ik kleine voorwerpjes verkopen uit een blauwe hoepeljurk met allemaal zakjes. Er is nog een foto van: Jet Rochat, onze Franse lerares, geknield, zakjes vullend, ik over mijn schouder kijkend.

Op de dag zelf kwam Pietie v. O. grabbelen. Eerst een kwartje en daarna grabbelen. Ze pakte een proefstiftje afschuwelijk gekleurde lippenstift, wat ze duidelijk niet wilde. “Mag ik nog een keer, als ik dit terug doe?” “Ja natuurlijk, maar eerst een kwartje!” Dat deed ze met een glimlach op haar gezicht. WEER zo’n stiftje! Beiden hebben we erom gelachen en ik heb haar een kosteloze nieuwe kans gegeven, want zij trok klanten aan! Ze grabbelde een proeftubetje tandpasta, gedoneerd door de moeder van mijn klasgenootje. Na dit voorval was mijn jurk, ‘de levende grabbelton’, LEEG!

P.S. aan Jetteke: Ik herinner me nog steeds een hilarisch verhaal, volgens mij over een vriendin van jou, die haar lens in de hal van het Centraal Station verloor, en gilde dat iedereen stil moest staan, terwijl zij naar die lens, over de vloer voelend, zocht. Of ze hem vond weet ik niet meer. Wel dat wij ademloos naar jouw beeldende verhaal luisterden. In die tijd waren de harde lenzen hartstikke nieuw natuurlijk. Van jouw geschiedenislessen herinner ik me er geen een expliciet, maar dit vergeet ik nooit meer! Heb er best wel vaak ‘de show’ mee gestolen.

Edmond Pouderoyen:

1967. Schoolreisje naar jeugdherberg De Honte in Oudelande op het Zeeuwse eiland Zuid-Beveland.
Op dinsdag 20 juni 1967 . . . het was prachtig weer . . . niet te warm en niet te koud . . . vertrokken we met de autobus van de maatschappij Zeeland (die naam meen ik mij te herinneren) vanaf het Stationsplein in Baarn, waar destijds helemaal geen nieuwbouw stond, naar Zeeland.
Via Bilthoven, Utrecht, Gorinchem, koersten we naar Breda. Snelwegen waren er nog nauwelijks toen en de weg ging meestal dwars door dorpen en steden in plaats van eromheen. In Oudenbosch stopten we om wat te drinken, vervolgens ging de reis verder. Ik weet nog dat een leerlinge uit de tweede klas, Gertie Deiters, toen onverhoeds een slaapzak uit het raam van de bus gooide. Ging dat per ongeluk? Dat kan ik me niet herinneren, in mijn geheugen blijven exacte gegevens zoals data en plaatsnamen blijkbaar makkelijk hangen terwijl andere dingen vervagen Maar ik meen me te herinneren dat die slaapzak later wel weer terecht is gekomen. Via Goes en Kwadendamme arriveerden wij tenslotte bij de jeugdherberg De Honte in Oudelande.
Daar brachten we een leuke tijd door. Ik genoot vooral van het sporten, zoals volleybal.
Op donderdag 22 juni maakten we een uitstapje naar Zeeuws-Vlaanderen, naar Terneuzen. De tunnel onder de Westerschelde bestond toen nog niet, we moesten met een pontje overvaren. In Terneuzen weet ik nog dat er een plek was, ergens bij een haven geloof ik, waar je kon zwemmen. Het stond niet op het programma, maar in mijn enthousiasme om te zwemmen heb ik me toen op een onoirbare manier uitgekleed, het had achter de dijk gemoeten en ik werd terecht gewezen, maar gezwommen heb ik!
Vrijdag 23 juni hadden we ’s avonds een barbecue. We voerden een toneelstuk op over een faroek.
De volgende dag moesten we weer vertrekken naar Baarn, helaas. Het was een geslaagd schoolreisje.

Theo Strauss:

Kamp bij Het Loo. Wanneer het precies was kan ik me niet meer herinneren (misschien 1961?) maar een tweetal hoogtepunten wel:
Kamp jongens was streng gescheiden van de meisjes, maar om een of andere reden kwamen toch een aantal stoute kinderen bij elkaar in een hooiberg. Het was heel gezellig en hoe laat we weer naar bed gingen weet ik ook niet meer.
Vóór deze happening zaten we keurig bij een kampvuur waar ook Juliana en Wilhelmina (!) langskwamen; althans zo herinner ik mij Het Loo, lang voordat het een publiekstrekker werd.
Bij terugkomst op het Incrementum werden wij allemaal bij juffrouw Ramondt ontboden. In een donderpreek werden wij in niet mis te verstane nette taal toegesproken, dat ons nachtelijke gedrag werkelijk onaanvaardbaar was en of we dit nooit meer wilden doen.
Zo was dat destijds . . . .

Jetty Jongh:

Ik woon in Canada en zal helaas niet op de reünie aanwezig kunnen zijn.
Ik ben een dochter van Janny Jongh en een zusje van Corry Jong. Onze moeder was lerares schei-, wis- en natuurkunde en zij heeft les gegeven aan Beatrix, Irene, Margriet en Marijke (Christina). Zij was ook conrectrix en na het afscheid van juffrouw Ramondt heeft zij de taak van rectrix overgenomen en de school geleid tot het einde. Zij was een sterke vrouw en heeft ons meisjes alleen opgevoed en heeft dat zeer goed gedaan.
Aan mijn Incrementum-jaren heb ik goede herinneringen, zoals bijvoorbeeld kamperen op het Loo, begin jaren ’60. We deden speurtochten en veldspelen. De koningin kwam, als moeder, een dag in het kamp op bezoek en bracht grote dozen met kersen mee. Wij aten die kersen en gingen pitten spugen. De koningin kreeg ook haar volle laag en nam dat heel vrolijk op.
Prinses Marijke (Christina) was op een moment met een stel anderen bij ons in de tent, ze raakte toen haar bril kwijt en riep: godverdomme niemand de tent uit tot ik mijn bril heb gevonden! Zij waren duidelijk ‘gewone mensen’ net zoals wij. Aan de andere kant hadden we altijd wel beveiligers achter ons aanfietsen als we in Baarn ergens naartoe gingen en was het niet ‘gewoon’ . . .
In het kamp was het regel dat we op een bepaalde tijd in onze tent moesten zijn. De leraren kwamen met zaklantaarns de tenten ‘checken’ om te zien of iedereen in bed lag. Een aantal jongens was niet in hun eigen tent maar in de meisjestent waar ik ook in was. Ik geloof dat het vier-persoons tenten waren en ze waren opgezet door het leger. De jongens kropen onder onze slaapzakken en niemand ontdekte dat ze niet in hun eigen tent waren.
Na school heb ik in Amsterdam de opleiding K en O NXX gevolgd. In Canada heb ik altijd gewerkt bij de Social Services: ‘child protection’ en ‘counceling’ van kinderen, jeugd en families met gevarieerde problemen, mental health, alcohol, drugs. Problemen die helaas over de hele wereld bestaan. Niet een makkelijke baan maar wel dankbaar werk.
Ik woon op Vancouvereiland, ik heb een zoon en een dochter en vier kleinkinderen in de leeftijd van 11 tot 16 jaar. Helaas is mijn echtgenoot, Harry Niet, een paar jaar geleden overleden na een 40 jarig huwelijk.

Ernst Schade:

Oog in oog bijpraten over ruwweg vijftig jaren is al niet makkelijk, die te beschrijven is nog lastiger. Ik waag een poging die de lezer niet al te zeer zal vermoeien of vervelen. Iets anders zit er niet op want zeer tegen mijn zin moet ik verstek laten gaan op deze memorabele reünie.
Uiteindelijk meen ik dat het met mij toch nog goed is gekomen na een moeizame middelbare school ‘carrière’. Na één jaar Incrementum, waar ik trouwens goede herinneringen aan heb, werd het kostschool bij de Dominicanen in Nijmegen en een ‘instituut’ in het Groningse Haren dat meer leek op een drilschool voor jonge rekruten. De laatste twee jaren deed ik op het Baarnsch Lyceum. Vrolijk roeien en zeilen op de Eem met vrienden en vriendinnen.
In 1969, kon ik zelf mijn lot bepalen en dat werd de Hogere School voor Tropische Landbouw in Deventer.

Gekozen omdat ik graag in de tropen wilde gaan werken. Deed een stage in Zambia in een kamp voor Angolese vluchtelingen en bij terugkeer in Deventer werd ik actief in een plaatselijke werkgroep voor steun aan de onafhankelijkheids-bewegingen in Portugees koloniaal Afrika (Mozambique, Angola en Guinee-Bissau). Na mijn afstuderen verhuisde ik naar Amsterdam om full-time voor de lobby groep Angola Comité te gaan werken. Een opwindende en leerzame tijd waar ik ook weer onze Incrementum leraar wijlen A.G. van der Spek tegenkwam.
Vanaf 1975 werkte ik vier jaar bij de natuurbescherming in mijn geboorteprovincie Noord-Brabant en in 1979 vertrok ik samen met mijn hond, motor en gereedschapskist naar Mozambique voor een contract van één jaar in de landbouwvoorlichting. Dat werden er 16! Bewogen jaren te midden van een verwoestende Mozam bi- kaanse burgeroorlog met daartussen nog vier jaren in Zimbabwe.

De laatste zes jaar was ik directeur van Save the Children die ruim 100.000 door de oorlog ontheemden bijstond in centraal Mozambique.

In 1995 terug naar Europa. Met een andere hond maar belangrijker, getrouwd met de Nederlandse veearts Hannie en twee schatten van kinderen Philip, geboren in Malawi en Klaartje die in Harare het levenslicht zag. Het werd Portugal waar ik nog steeds woon in het heerlijke Lissabon. Hannie overleed in 2011. Philip woont en werkt in Nederland, Klaartje in Zanzibar.

Tijdens mijn periode met Save the Children viel mijn fotografie op bij een gerenommeerde fotograaf. Ik fotografeerde altijd al veel maar deed dat toen consequenter om fundraisers in Europa met beeldmateriaal te steunen. Om kort te gaan, een bekend Londens fotoagentschap vroeg om meer beelden en zo startte een nieuwe fase in mijn leven als fotograaf. Veel gewerkt in Afrika, reportages in Spanje en Portugal. In de NRC en Volkskrant zullen jullie mij in kleine lettertjes naast een foto ook regelmatig kunnen tegenkomen. En wees welkom op mijn website: www.ernstschade.com
En, last but not least, weer gelukkig getrouwd met de Belgische Patricia die hier al dertig jaar woont en werkt als toeristengids.

Tot slot, mijn beste wensen voor jullie allen. Vier een prachtige reünie!
Hieronder volgt mijn email adres. Ik hoor graag van jullie.

Jetteke Colenbrander, docent geschiedenis 1959-1965:

EEN STUKJE VROUWENGESCHIEDENIS.

Wie aan het Incrementum denkt denkt vanzelf aan juffrouw Ramondt, die een persoonlijk stempel drukte op de school. Enerzijds bleef zij bewust afstandelijk, rechtvaardig –streng, voor leerlingen, voor docenten, vooral ook voor zichzelf. Anderzijds kon zij verrassend warm en nabij zijn. Ook speels, bijvoorbeeld toen zij als Sinterklaas op een ezel reed, en wat genoot zij bij haar afscheid toen zij mocht plaatsnemen in een kruiwagen, met een pruik op van lange vlassen haren . . .

Kenmerkend voor juffrouw Ramondt was haar aandacht voor de rol van vrouwen. Dit nu had zij van niemand vreemd. Omdat het mijn vak is vind ik het leuk om in dit verband een stukje geschiedenis op te halen.

De moeder van juffrouw Ramondt, mevrouw Cor Ramondt-Hirschmann, was een vooraanstaand feministe en pacifiste. Samen met Aletta Jacobs streed zij voor meer rechten voor de vrouw, in wat de eerste feministische golf is gaan heten. Het ging deze feministen niet alleen om rechten zoals kiesrecht, maar ook om een verandering van de hele maatschappij. Eeuwenlang hadden immers mannen het voor het zeggen gehad en daar was de maatschappij naar gaan staan. Als men vrouwen daarin zou toelaten en verder niets veranderen, zouden zij zich moeten aanpassen aan de mannenwereld die gericht was op zaken zoals doortastendheid, ontdekken en veroveren. Maar vrouwen, zeiden zij, hebben eigen kwaliteiten zoals meer oog voor de verzorgende kant van het leven en voor opvoedende waarden. Als die de kans kregen zich verder te ontplooien zou er minder geweld en minder oorlog zijn.

Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak werd vrede dan ook het grote doel van de internationale vrouwenbeweging. Een van de meest opzienbarende initiatieven was dat van Aletta Jacobs: in 1915 riep zij op tot een internationaal vrouwenvredescongres in Den Haag, mevrouw Ramondt zat in het voorbereidingscomité. De organisatie van zo’n congres in oorlogstijd was een waagstuk, postverkeer was vertraagd, visa waren moeilijk te krijgen, reizen was gevaarlijk, zeker overzee wegens de Duitse duikboten. Maar het lukte, de belangstelling bleek overweldigend. Er kwamen meer dan duizend vrouwen, uit dertien verschillende landen. ‘Terwijl haar mannen elkaar bevochten vonden deze idealistische vrouwen elkaar in harmonie’ schreef iemand. Er werd gesproken over de mogelijkheden en de voorwaarden van een vredesverdrag door bemiddeling, waarbij werd voorgesteld president Wilson van de V.S. te bewegen het voortouw te nemen. Er werd bovendien besloten de aangenomen resoluties persoonlijk te gaan aanbieden aan de regeringen van zowel de neutrale als de oorlogvoerende landen. Direct na het congres vertrokken daartoe twee delegaties, mevrouw Ramondt zat in een daarvan. Op de foto staat zij (tweede van links) met haar mede-delegatieleden in Kopenhagen.
Wilson wees de bemiddelingstaak vooralsnog af, maar het staat vast dat hij later in zijn veertien punten veel van dit congres heeft overgenomen.

Sophie Ramondt was 14 jaar toen zij dit allemaal meemaakte en voelde zich gegrepen door de ellende van de oorlog en door het vredeswerk. Zij kondigde aan te willen stoppen met school omdat schoolkennis nu nutteloos was. Haar ouders overreedden haar om haar opleiding toch maar te vervolgen.

Sluiten Inloggen