Menu

Oud beeldmateriaal

Heeft u informatie over bovenstaande film dan horen wij dat graag. Namen van docenten, misschien ziet u zichzelf wel. Laat het ons weten via beeldmateriaal@hetbaarnschlyceum.nl

Ingezonden stukje  ter gelegenheid van 100 jaar Baarnsch Lyceum

                          

Wij van het Baarnsch Lyceum!

Wie, zoals ik, in 1949 voor de eerste keer de deftige villa aan de Stationsweg in Baarn – ingang van de school – binnen ging, was toch een beetje gespannen. In vergelijking met een kleinschalige lagere school was het toenmalige gebouw van het Baarnsch Lyceum groot en imposant. De lange gangen van het hoofdgebouw en de brede trappen naar de eerste verdieping maakten indruk.

Het (toen) nog slechts 30-jarige lyceum telde leerlingen uit de wijde omstreek. Ik kwam uit Bilthoven, maar er kwamen ook veel kinderen uit plaatsen als Soest Hilversum, Laren en Blaricum.

De school ontleende zijn uitstekende reputatie aan de rector van weleer, de heer Dr J.A. Vor der Hake,  met zijn staf van academisch gevormde leerkrachten.  Het was onmiskenbaar een school van ‘law and order’. Voor ons was de conciërge een gezaghebbende figuur: met  meneer Smit viel niet te spotten. Hij bewaakte de enige ingang tot de school. Wie zonder geldige reden te laat kwam, moest de volgende dag een uur eerder komen. Van hem kwam ook de destijds veel geciteerde mondelinge mededeling in de klaslokalen: “de rector en ik hebben besloten…enz.” .

De weinige leerkrachten die toen al een auto hadden, mochten die niet op het schoolterrein parkeren. Die voertuigen hoorden er volgens de rector niet thuis. Met je bescheiden zakgeld kon je aan de overkant van de school een snoepje kopen. De uitbater van de snoepkiosk werd (om onduidelijke redenen) Klaas Pik genoemd.

Als eersteklassertje van de jongensklas 1C werd je snel geleerd dat er een belangrijke fatsoensregel op de school bestond: als de rector door de gangen loopt, wijken de leerlingen. De rector was het ultieme gezag. Weinigen had in die tijd moeite met dit soort duidelijke regels. De sfeer op school was absoluut niet beknellend; nee – integendeel – zelfs heel

gemoedelijk.

Niemand vond het raar, dat leraren altijd jasje-dasje droegen en zonder uitzondering met ‘u ‘ en ‘meneer’ werden aangesproken. Er waren ook vrouwelijke leerkrachten, maar die vormden een minderheid.

Alle leerlingen in je klas hadden dezelfde vakken, en je ging met elkaar elk uur door de lange gangen naar het lokaal van de volgende les. Elke leerkracht had zijn eigen lokaal en kon daar een persoonlijk sfeertje creëren. Dat gold zeker voor de lokalen van bijvoorbeeld biologie, schei- en natuurkunde. Op de zaterdagen had je een kort rooster van vier lesuren. Op de HBS zaten veel meer jongens dan meisjes. Daarom heb ik een aantal jaren in een jongensklas gezeten.

De echte slimmerds zaten op de Gymnasiumafdeling van ons lyceum. Zij verzorgden doorgaans namens alle leerlingen de erebaantjes, zoals het leerlingenbestuur en de schoolkrant Animo.

Wij van de HBS zagen doorgaans meer in sport, en stonden meestal ook niet bekend als geletterde diepgravers. Verschil moet er zijn en dat bood het lyceum-onderwijs over de volle breedte.

Was vroeger alles beter ? Natuurlijk niet , maar wel anders. Zo hadden wij destijds nog geen TV, en al helemaal geen computers of geen iPhones. De radio was in de wereld van toen nog  hét communicatiemiddel bij uitstek.

Wij van het Baarnsch Lyceum waren trots op onze school. En dat is altijd zo gebleven!

 

Dirk Sicco Röder

(leerling van 1949-1954)

Sluiten Inloggen