Leerlingen krijgen drie rapporten per jaar, voorzien van commentaar door de mentor. Door beoordeling van belangrijke leervoorwaarden als concentratie, inzet, begrip, tempo en dergelijke, geeft de mentor aan hoe u het resultaat, de cijfers, kunt interpreteren.
Wij hanteren een voortschrijdend gemiddelde. Dit houdt in dat elk rapportcijfer het gewogen gemiddelde is van alle tot dan toe behaalde cijfers. Bij elk rapport treft u een overzicht aan van de gemiddelde cijfers per vak van de desbetreffende jaarlaag. De bedoeling van dit overzicht is om de prestaties van uw kind te kunnen vergelijken met de prestaties van leerlingen in dezelfde jaarlaag. Op het rapport staat tevens vermeld of een leerling met dit rapport zou kunnen worden bevorderd. Zie ook de overgangsnormen.
Signaal-enen
Docenten kunnen een leerling het cijfer één (1) geven als een leerling afwezig is bij een toets en verzuimt een afspraak te maken. Als de afspraak en de toets gemaakt worden, verandert het cijfer.
Naar aanleiding van een rapport kan altijd met de mentor gesproken worden. Ook ouders die tussen twee rapporten op de hoogte gesteld willen worden over de stand van zaken, kunnen contact opnemen met de mentor. Zodra de situatie dit nodig maakt, neemt de mentor het initiatief.
Na het eerste en het derde cijferrapport worden de ouders uitgenodigd om op de ouderavond de resultaten te bespreken.
Indien leerlingen moeten doubleren of een taak of een herexamen hebben, worden zij, afhankelijk van de omvang, daarvan op de hoogte gesteld door hun mentor. Wanneer een gegeven bekend wordt dat van invloed is geweest op de prestaties van de leerling, maar niet bekend was in de school (dit zal zelden het geval zijn), bestaat een laatste mogelijkheid om de overgangsbeslissing te herzien en wel tijdens de revisievergadering op de laatste schooldag. De schoolleiding beslist of het om een relevant nieuw gegeven gaat.